Uitgelezen

Apie Kapoen
, Liedjes en versjes van opstaan tot slapen gaan.
Door Merlijne Patijn



Uitgeverij Pereboom heeft weer een afwisselend boekje met bijbehorende CD gemaakt voor kinderen vanaf twee jaar. Een boek boordevol bekende en minder bekende liedjes. Naast liedjes staan er ook opzegversjes in Apie Kapoen.
De meeste liedjes staan in het bijbehorende boekje, maar missen helaas een uitgebreide muzieknotatie voor piano- of gitaarbegeleiding. Het muzikale niveau van de CD is niet op alle momenten even sterk, maar voor jonge kinderen wel aanstekelijk en vrolijk. De CD kan zonder begeleiding beluisterd worden.
Elk hoofdstuk heeft een ander thema dat terugkomt in het dagelijks leven. Er worden verhaaltjes, spelletjes en knutsels beschreven die bij het thema horen. Naast opstaan en aankleden volgen bijvoorbeeld spelen, opruimen en eten. Ieder hoofdstuk begint met een tekst waarin pedagogische adviezen in een notendop gegeven worden die soms een beetje belerend overkomen voor de lezer (voor ouders of verzorgers die zelf weinig spelideeën hebben wellicht een welkome aanvulling?). Het boekje heeft voor kinderen veel tekst, waardoor het lastig is om alleen te lezen (het kan niet als een prentenboek beschouwd worden).

Een opzegversje uit Apie Kapoen:
Apie Kapoen
Geef me eens een zoen.

Geef me eens een kusje,
Peper in het busje

Peper in de soep
Hoeper de poep.

Een boekje voor urenlang muziek en spelletjes voor jonge kinderen en mogelijk ook voor andere doelgroepen. Klaar voor gebruik!

Margo van Schie, Apie Kapoen (boek + CD),
Liedjes en versjes van opstaan tot slapen gaan.
Uitgeverij Pereboom, Bussum
Boek: ISBN 90 77455361, € 14,90
CD: ISBN 90 7745537, € 9,90
Apie Kapoen is verkrijgbaar bij de boekhandel en te bestellen op www.uitgeverijpereboom.nl


Musik und Menschen mit Behinderung in den Ländern Europas: Niederlände. Diplomarbeit vorgelegt von Daniela Hagemann. Universität Dortmund 2005 (met CD met muziekfragmenten)
Door Fienie Gerekink

Europa InTakt is een project van de Universiteit Dortmund om in kaart te brengen wat er in de Europese landen zoal gedaan wordt aan (georganiseerde) muziekbeoefening voor gehandicapten. Met als doel om tot uitwisseling en leren van elkaar te komen. De eerste conferentie hierover heeft in 2003 plaatsgehad, de volgende zal in het komende najaar zijn.

Het onderzoek betreffende Nederland is gedaan door de studente muziektherapie Daniela Hagemann. De enquête die zij hierover in het najaar van 2004 heeft rondgestuurd zullen een aantal van onze lezers zich nog wel herinneren. En nu is dan haar scriptie verschenen.
De scriptie valt uiteen in twee delen. In het eerste deel beschrijft Daniela hoe zorg, begeleiding en onderwijs van mensen met een handicap in Nederland geregeld is. Daarbij besteedt zij natuurlijk specifieke aandacht aan de muziek, in de driedeling "muziek als vrije tijdsbesteding", "muziekonderwijs" en "muziektherapie". En dan komt ze tot het eigenlijke thema van haar scriptie: de "muziekgroepen voor gehandicapten". Zij definieert deze groepen als volgt: "groepen opgericht binnen de gehandicaptenzorg waarin gehandicapten al of niet met mensen zonder handicap gemeenschappelijk musiceren, met als doel om (naast het verwerven van muzikale vaardigheden en het sociale aspect) d.m.v. optredens zichzelf in de maatschappij te presenteren en zo het beeld dat de maatschappij heeft van mensen met een handicap bij te stellen. Met als kanttekening, dat het hierbij niet gaat om de muziek van niet-gehandicapten te kopiëren, maar om de eigen specifieke creativiteit en mogelijkheden te gebruiken en te laten zien".

Het tweede deel van de scriptie bestaat uit het resultaat van haar enquête, die dank zij de stichting "Very Special Arts Nederland" verspreid is onder muziekgroepen. Van de 56 aangeschreven groepsleiders hebben er 32 gereageerd, dat betekent een dikke helft. Het inhoudelijk resultaat van de enquête is niet spectaculair: de grootte van de groepen schommelt tussen de 5 en 35, de leeftijd tussen 20 en 60 en het repertoire is grotendeels Nederlandstalig en de stijl is popmuziek. De meeste groepen zijn instrumentaal en de populairste instrumenten zijn slagwerk en percussie, met keyboard als goede tweede. De grote meerderheid van de respondenten zijn muziekgroepen voor mensen met een verstandelijke handicap, al of niet gecombineerd met een lichamelijke. Het enige praktijkvoorbeeld en de foto´s zijn afkomstig van de Jostiband.
Na haar analyse van de enquêteresultaten signaleert de schrijfster de tendens dat de meeste muziekgroepen gefixeerd zijn op het muzikale product. De groepsbegeleiders hebben weinig belangstelling voor bijscholing en vaak geen pedagogische achtergrond. Er wordt dan ook weinig gebruik gemaakt van wat meer therapeutische of agogische werkvormen als observering in spelvorm of improvisatie.
Ze signaleert ook de grote inzet en enthousiasme van de groepsleiders. Een muziekgroep staat of valt met de vaak jarenlange betrokkenheid van zijn leider. Die zich welbewust is van het belang om met dit soort groepen te werken aan de persoonlijke en muzikale ontwikkeling van mensen met een handicap.

Als recensent waag ik het de kanttekening te plaatsen dat dit misschien meer een vrome wens is dan een echte conclusie. Balancerend tussen het ene doel (een muzikaal product) en het andere (persoonlijke ontwikkeling en integratie in de maatschappij) kiest de muziekgroep blijkbaar voor het eerste doel. En daar is niets mis mee. Bij het beluisteren van de geluidsfragmenten op de bijgevoegde CD hoor je dat de gehandicapte dezelfde soort muziek wil maken als zijn niet-gehandicapte medemens. En zijn begeleider doet zijn stinkende best om het resultaat ook zo veel mogelijk aan die wens aan te laten sluiten. Niks geen "recht doen aan de eigen creativiteit en specifieke vaardigheden"!
Aan het tweede doel wordt wel degelijk ook hard gewerkt in Nederland, dat is ook mijn eigen ervaring als muziekagogisch werker. Maar dan juist niet in die muziekgroepen, maar meer in de muziekactiviteiten en –begeleidingssfeer. Ik vraag me dan ook af waarom de schrijfster voor deze specifieke groepen heeft gekozen voor haar onderzoek en niet bijv. alle muziekagogen en –therapeuten heeft aangeschreven. Was de doelstelling door Europa Intakt voorgeschreven of kent men geen ontwikkelingsgerichte muziekactiviteiten in het buitenland?
Wat betreft de uitkomst van dit onderzoek is er voor ons Nederlanders weinig nieuws onder de zon. Wel heeft het een aantal aandachtspunten opgeleverd voor de muziekbegeleiding in de gehandicaptenzorg. Het is goed dat er een inventarisatie is gemaakt en dat er contacten zijn gelegd met een internationaal onderzoeksproject.

Daniela Hagemann is te bereiken via e-mail (
d.hagemann@gmx.de)